Verbaasd. Verstild. Ontzenuwd.Bekrachtigd. Begrepen. Traan. Schrik. Opluchting. Verheldering. Zorg.
De openende vraag. Ontluikend. Bekeken.Besproken. Geridiculiseerd. Het Oordeel. Zwaarwegend. Niets ontziend. Opnieuwbekeken. Ontschuldigd. Niet langer verdedigd.
Van gif. Via tegengif. Naar begrip.Bewustwording. Ontspanning. Versteviging. Grenzen. Ruimte. Behoeften.Verbinding.